welkom over CFP netwerk CFP ik doe mee projecten actualiteiten nuttige linken contact
 
   
Getuigenis van CEO DienstenThuis Marc Van Buul na het bezoek aan projecten van PROTOS in Madagaskar

Marc Van Buul, afgevaardigd bestuurder DienstenThuis en E-SO groep, vertrok op 4 juni voor 3 weken met enkele familieleden naar Madagaskar.

Dit om o.a. de realisaties en impact van projecten en programma’s die, persoonlijk en vanuit de ondernemingen, gesteund worden, op terrein te zien.

Zo steunt DienstenThuis, naast hun lidmaatschap van CFP, reeds verschillende jaren via CFP een programma rond duurzaam waterbeheer in Madagaskar van ngo PROTOS. Hier worden andere partners en bedrijven van de groep DienstenThuizen en E-SO groep betrokken.

Dit PROTOS project GIRELPA en een ander PROTOS project in de havenstad Toamasina werden bezocht, net zoals een persoonlijk gesteund schooltje in Ibity.

Om misverstanden te vermijden: deze reis werd met persoonlijke middelen betaald en uiteraard niet betaald door ingezamelde middelen voor steun via CFP aan de programma’s van PROTOS.

De zeer concrete, sprekende reactie en gedachten van Marc Van Buul vlak na het bezoeken van de PROTOS programma’s in Madagaskar willen we u graag meegeven. Omdat een getuigenis van op terrein meer zeggen kan dan eender welk rapportage document.

Hieronder worden fragmenten weergegeven uit de blog van Marc Van Buul die hij bijhield tijdens zijn reis in Madagaskar, met betrekking tot de programma’s van PROTOS aldaar.

 
   
Marc Van Buul  
Marc Van Buul  
DienstenThuis  
   
   
 

16 juni 2010 - Bezoek aan het Andromba project van PROTOS

Afspraak bij PROTOS om 8.00u in Ankerana een wijk van Tana.

Nadat we de Stad Tana volledig doorkruist hebben, en geloof me dat is geen sinecure, worden we op het bureau van PROTOS verwelkomd door Francessca en Dirk, de vertegenwoordigers van PROTOS en verantwoordelijk voor twee projecten (Andromba en Toamasina). Beiden wonen, samen met hun kinderen, al vier jaar in Madagaskar na 6 jaar voor PROTOS in Ecuador gewerkt te hebben.

Dirk neemt het op zich om het project te kaderen en uit te leggen. Vermits hij Nederlandstalig is, is dat voor ons wel het gemakkelijkste. Het project is een samenwerking tussen een plaatselijke watermaatschappij Fikrifima en PROTOS en 6 community’s.(zeg maar kleine provincies) met als doel zoveel mogelijk waterfonteintjes in de verschillende dorpen te plaatsen zodat de mensen proper en (voor hen ) drinkbaar water hebben

Wij met onze Westerse magen kunnen dit water niet aan. We worden er doodziek van. Dirk daarentegen vertoeft al zo lang in de tropen dat hij dit bronwater ook kan drinken. Hij doet dit dan ook regelmatig om vast te stellen of de kwaliteit OK is. Straffe gast!!! Een durver…

Om dit alles te coördineren werd er een soort van overkoepelend orgaan opgericht met vertegenwoordigers en gezagsdragers van de 6 community’s, dat op regelmatige basis de koppen bij elkaar steekt. Het ganse project is er op gericht om een “samenwerking” op te zetten met de plaatselijke bevolking. M.a.w. de plaatselijke bevolking moet dit eerst en vooral echt zelf willen, ze moeten er hard aan meewerken en moeten er ook voor betalen. Het startbedrag is 1 Euro per volwassene (wat overeenkomt met 2600 Aryari en het equivalent is van één dag hard werken….).

Deze startsom is een soort van spaarpot waarmee men later de nodige onderhoudswerken en herstellingen mee kan betalen. Verder betaalt men 1 Euro per jaar als participatie in de kosten. Dit coöperatief principe is hier heel belangrijk vooral om de medewerking en de betrokkenheid van de plaatselijke bevolking te verkrijgen. Het allerbelangrijkste bij de start is dat de plaatselijke bevolking overtuigd is van de noodzaak om water in hun dorp te hebben. Als ze hier niet zelf van overtuigd zijn en aldus geen echte vragende partij zijn, dan is er geen beginnen aan.

Na lang onderhandelen is PROTOS er in geslaagd een technieker aan te nemen die instaat voor het onderhoud van de waterleidingen, problemen aankaart, de administratie in kaart brengt, de centen ontvangt enz. Zijn belangrijkste taak is om ervoor te zorgen dat alles blijft werken. Indien men dit niet zou doen dan valt bij het eerste beste mankement alles in duigen en zijn alle inspanningen en investeringen voor niets geweest. Iedereen gaat dan bij de pakken neerzitten en wacht op Godot….

Even situeren: Het gebied waar ze werkzaam zijn ligt op zo’n 20 km van Tana. Zes verschillende provincietjes met daarin talloze dorpjes gelegen in en rond een grote vallei, verbonden door een riviertje dat de Andromba noemt en dat ook de belangrijkste levensader is voor deze omgeving. Als je boven in de bergen bent zie je Tana in al zijn uitgestrektheid voor je liggen. En toch…is hier geen elektriciteit en toch zitten de mensen hier zonder water. Wie water wil moet helemaal naar beneden naar de rivier of naar de rijstvelden en schept daar uit wat men nodig heeft.

Een van de grootste problemen is dan ook de ziekte en sterfte die met het drinken van dit soort van water gepaard gaan. In 2000 stierven er, na een aantal zware tyfoons nog 3000 mensen aan cholera.

Hét doel van Dirk en zijn ploeg is dan eigenlijk ook héél simpel: hoe krijgen we water in de verschillende dorpjes zodat de bewoners over min of meer proper water beschikken. Poepsimpel toch…. De uitvoering is echter een ander paar mouwen.

Ik probeer in enkele stappen te schetsen hoe ze dat doen:

  • Men gaat op zoek in samenwerking met de bewoners naar plaatselijke waterbronnen en brengt die in kaart.
  • Men maakt uitgebreide studies om te zien hoe men het water van de verschillende bronnen tot in bepaalde dorpjes of plaatsen, krijgt ( puur op het systeem van de communicerende vaten). Hoe hoger de bron gelegen is hoe meer druk, hoe verder men geraakt en hoe meer fonteintjes men kan plaatsen.
  • Men berekent het debiet van de bron, m.a.w. men ziet hoeveel water er uit komt en wat men daar mee kan doen en hoeveel liter dit betekent per inwoner. Zo kan men ook berekenen of de bron een overcapaciteit heeft en of dat water eventueel kan afgeleid worden naar een andere plaats.
  • Als dit alles in kaart is gebracht begint men de onderhandelingen met de plaatselijke bevolking.

Als ik alles goed begrepen heb is dit nog het moeilijkste van al, en vergt dit het meeste tijd. Hoe overtuig je dorp 1 dat op zijn gebied twee bronnen heeft om één bron af te staan aan een naburig dorp.

Of straffer nog: om één bron die meer dan voldoende water geeft, te delen met een ander dorp. Of hoe overtuig je mensen die op hun grondgebied een bron hebben dat ze nog genoeg water zullen overhouden om hun rijstvelden te irrigeren nadat PROTOS de bron gecapteerd heeft en afgeleid naar het dorp. Daarbij komt nog dat in elk dorp , iedereen bijna een titel heeft, en iedereen zijn zegje wil doen en zijn goedkeuring moet geven.

Buiten de burgemeester en de onderburgemeester heb je nog een reeks van onderdanen die allemaal wel een of ander titel hebben en een paar strepen om op te gaan staan…. Klinkt herkenbaar, niet? Alleen is het hier om u een kriek mee te lachen….moest het niet zo erg zijn…. PROTOS komt dus in situaties terecht waar een of andere potentaat jarenlang kan gaan dwarsliggen waardoor een heel dorp zonder water zit. Het vergt dus ongelofelijke diplomatie, oneindig geduld en een doordachte aanpak om dit alles te realiseren. De mensen van PROTOS zijn niet alleen ingenieurs…zij moeten een enorm sociaal en psychologisch inzicht hebben en de plaatselijke bevolking , hun cultuur en hun gewoontes, zeer goed begrijpen. In mijn ogen zijn het tovenaars….

  • Na deze voorbereiding kan dan het eigenlijke werk beginnen. De gelokaliseerde bron wordt uitgegraven, proper gemaakt enz. en er wordt een betonnen opvangput rond gemaakt waarin het water wordt opgevangen. Het water uit deze put wordt door Polyethyleen buizen afgevoerd naar het dorp. Dit is een flexibele zwarte buis die in de op voorhand gegraven grachten wordt gelegd
  • De plaatselijke bewoners zorgen voor al het (zware) praktische werk en graven op aangeven van de mensen van PROTOS kilometers lange grachten waarin de leidingen gelegd worden. Dit onder de begeleiding van een technieker van het project.
  • Elke leiding is 100m lang en wordt via raccor unions (koppelstuk) aan elkaar gekoppeld.
  • In elke dorp worden meerdere fonteintjes geplaatst. Goed herkenbaar door hun blauwe hekjes.
  • Het water is in vergelijking met wat de mensen hier gewoon zijn zéér proper, want komt rechtstreeks van de bron.

We bezoeken achtereenvolgens de bureau van de technieker, een aantal reeds gebouwde putten (gecapteerde bronnen), het magazijn waar het materiaal wordt geleverd (buizen, koppelstukken enz.), een bron die werd uitgegraven en waar men bezig was aan de betonnen put, de fonteintjes in de dorpen, een meetpunt op de rivier (waarmee men het debiet kan berekenen) enz.

We stellen vast dat, ondanks het feit dat dit een simpel werk is, de uitvoering ervan allesbehalve eenvoudig is. De medewerking, letterlijk en figuurlijk, van de plaatselijke bevolking is een must. De dorpen zijn ook bijna onbereikbaar door de bijzonder slechte staat van de weg. Een 4X4 is hier absolute noodzaak of je geraakt nergens. Hoe ze alle materiaal ( stenen , cement, leidingen e.d.) ter plaatse krijgen is mij een compleet raadsel.

Tot slot van ons bezoek gaan we nog kijken naar iets totaal anders.
In de Andromba rivier bouwt PROTOS een dam. Deze dam moet dienen om het waterpeil voor de dam te laten stijgen zodat de nabij gelegen vlakte van meer dan 200 hectaren terug kan geïrrigeerd worden. Deze vlakte was vele jaren geleden zeer vruchtbaar, maar door het zakken van het waterpeil kon men de vlakte niet meer voorzien van het noodzakelijke water.

Gevolg: honderden rijstvelden bleven uitgedroogd liggen. Door het bouwen van de dam kan men terug beschikken over water. Dirk heeft het systeem van deze dam bedacht en uitgewerkt, op basis van een aantal bezoeken dat hij hier en in Frankrijk heeft gebracht aan soortgelijke initiatieven.

De moeilijkheid zit hem hierin dat deze dam terug moet afgebroken worden tijdens het regenseizoen. Zo niet zou dat desastreuze gevolgen hebben. Dit lost men op door op de betonnen basis constructie een systeem van verwijderbare houten balken op te hangen. Wanneer het begint te regenen verwijdert men de balken, zodat het water vrij kan doorstromen. Doet u dat niet zo’n beetje denken aan bij ons : de schotten ophalen (of zoiets)….
De werkzaamheden aan de dam gebeuren volledig door een plaatselijke aannemer onder leiding en toezicht van Dirk.

Wat we hier en nu met onze eigen ogen hebben kunnen vaststellen is dat PROTOS hier fantastisch werk doet. Zonder grootschalig te werken, of zonder spectaculaire toestanden helpen ze hier vele mensen aan proper water. Hier in de heuvels rond Tana wordt door hen een grote nood gelenigd. Proficiat mensen van PROTOS. Dit is knap werk en verdiend een eindeloze bewondering maar vooral onze geldelijke ondersteuning. Zonder onze financiële hulp en die van Europa en andere organisaties komt er hier niets van terecht.

Dirk en co, bedankt voor uw zeer interessante rondleiding, bedankt voor jullie eindeloze inzet en geduld. De manier waarop jullie dit aanpakken is bewonderenswaardig!!! Chapeau!!!

Mijn besluit : onze centen worden hier méér dan goed besteed!!!

Marc

 
   
 
   
 
   
 
   
 
 
18 juni 2010 - Het sanitaire project te Toamasina

In tegenstelling tot het Andromba project , dat zich volledig op het platteland bevindt, bevinden we ons nu midden in een grootstad.

Toamasina is de enige noemenswaardige havenstad in Madagaskar. De haven is in vergelijking met wat wij kennen maar een klein haventje. Maar toch bevoorraden ze hiermee praktisch heel Madagaskar en vooral de hoofdstad Tana.
De RN 2 verbindt Tana met Toamasina en is de drukste baan van Mada. Alle containers en tankwagen denderen hierover richting Tana en terug.

Voor hen is dit hun autostrade…. Voor ons niet meer dan het plaatselijk weggetje in de Ardennen tussen Dinant en Anseremme…..Vol haarspeldbochten, constant stijgen en dalen, geen enkel recht stuk en dat honderden kilometers lang.
Om de paar kilometers staat er wel een grote camion in panne, in het beste geval naast de weg, maar ook dikwijls gewoon in het midden….
Om de aankomende bestuurders te waarschuwen plaatste men een paar grote takken op de weg.

De natuur is echter prachtig…je raakt er niet op uitgekeken. We rijden dwars door het regenwoud en komen dan aan de kust terecht in een totaal ander landschap. Bossen van allerlei soorten palmen.

Toamasina is ook een totaal ander soort van stad dan dat we tot nu toe gezien hebben. Alles blijft veel opener, brede straten , meer ruimte tussen de huizen en ander gebouwen.

In de sloppenwijken wonen er ongeveer 50.000 gezinnen. Wegen van zand, vol met slijk, putten en vuiligheid. Houten hutjes, of meer barakken, gemaakt van meestal houten planken, met als dak de gedroogde bladeren van de palmbomen of de reizigerspalmen. Hier en daar als aanvulling metalen platen of platgeslagen ijzeren tonnen. Achter de huisjes een klein stukje grond waarop zich meestal een open wasruimte bevindt of een toilet, of wat daar voor moet doorgaan. Meestal een open put in de grond.

Kan u zich een beetje een beeld vormen?? Tja….

Deze sloppenwijken zijn verdeeld in verschillende quartiers waarin telkens een 1000 mensen wonen. Elke Quartier heeft een eigen soort burgemeester en een eigen gemeentehuis (herkenbaar aan de vlag die buiten hangt).

In deze quartiers is de ONG St. Gabriel sedert 10 jaar werkzaam. We worden verwelkomd door de directeur van de ONG, de verantwoordelijke dame voor de coördinatie en de uitvoering in the field, en broeder Edwin, een pater van een congregatie die er zijn levenswerk van gemaakt heeft om in deze sloppenwijken iets te doen aan de erbarmelijke levensomstandigheden van deze mensen. Bij ons zouden we hem de commerciële directeur van de firma noemen. Hij kan zeer duidelijk en gevat de situatie uitleggen en de noden omschrijven. Hij laat ook niet na om hun resultaten duidelijk onder de aandacht te brengen. Een goedlachse, vlotte spreker, met een motivatie om “U” tegen te zeggen. In alle eerlijkheid : dit is (slechts) de tweede Malagasch die ons met zijn intelligentie, enthousiasme, dynamische, helderheid én ambitie kan bekoren. Bij ons zouden ze zeggen: die weet van wanten…een springerke.

In een samenwerking met PROTOS zijn ze de laatste jaren bezig met een sanitatie project. Dat wil zeggen dat ze proberen om elk gezin een eigen toilet te bezorgen. Dit vooral omdat enkele jaren geleden, na een zware tyfoon, de sterftecijfers (over gans Madagaskar) door cholera verschrikkelijk waren.

Dus werd het hoofddoel om alle gezinnen te voorzien van een eigen toilet. En dat is niet simpel. De reden daarvoor is dat men moet opboksen tegen een zeer oude cultuur met een wel zeer speciaal taboe. Deze Malagaschen geloven er heilig in dat men de aarde niet mag verontreinigen door daarin via een toilet uw uitwerpselen in te werpen (of hoe moet ik dat nu in ’s hemelsnaam uitleggen). Enkel het lichaam is heilig en mag in de heilige grond opgeborgen worden. Hetgeen door het lichaam wordt afgescheiden is niet heilig en mag dus ook niet in de heilige grond terechtkomen. Snappie?? Ga daar maar eens tegen aan!!!

Sedert 10 jaar vechten ze tegen deze vooroordelen en proberen ze de volwassenen en de kinderen aan te leren dat het anders moet in hun eigen belang.

Ze werken onder het thema Hx3 (H3). Hier staat dit voor Happy – Healthy – Hygenic….

Dit spreekt uiteraard voor zich. Men probeert de mensen te sensibiliseren om in hun tuintje een propere toilet te zetten. Op 10 jaar tijd wist men zo al 10.000 gezinnen en 150 scholen te overtuigen. Uit onderzoek blijkt dat deze gezinnen het zowel op economisch vlak als op algemene hygiëne veel beter doen. Ze dragen meer zorg voor hun huis , zichzelf en hun omgeving. Het uiteindelijke resultaat is dat ze veel minder geld moeten besteden aan dokterskosten en hospitalisatie. Geld dat ze dan weer kunnen besteden aan andere zaken, die hun algemene levenstandaard ten goede komt.

De ONG stelt verschillende soorten toiletten ter beschikking. Het meest gewone type bestaat uit wat wij kennen als een Franse WC. Daaronder een ronde betonnen kuip van ongeveer 3m diep op een meter doorsnede. Ze plaatsen zo twee putten naast elkaar. Als de ene put vol zit beginnen ze aan de tweede. Voor een normaal gezin duurt dit 10 jaar. Ondertussen is de eerste put volledig uitgedroogd en gecomposteerd. Die halen ze leeg en ze gebruiken de compost op het veld.

Al het materiaal voor de betonnen putten, en andere toebehoren hiervoor wordt zelf gemaakt door werknemers van de ONG. Zij stellen voor deze activiteit zo’n 25 mensen tewerk.

Deze toiletten zijn niet gratis en moeten gekocht worden. We menen verstaan te hebben dat de armsten deze toiletten gratis krijgen, en dat de iets betere klasse er voor moet betalen. We zijn echter totaal vergeten vragen hoeveel zo’n toilet dan wel kost…?

De opvoeding en de opleiding van de bevolking is in handen van een team van professionele animators. Deze worden betaald door het project. Hun taak bestaat er in om de mensen, en vooral de kinderen op te voeden, op te leiden en hen te sensibiliseren.

Hun aanpak is drieledig : individueel (per gezin), in groepen van max. 10 gezinnen en via de community’s waardoor ze in één keer 100 tot 200 gezinnen bereiken. Het is ook vooral door de kinderen te sensibiliseren dat ze de ouders trachten te bereiken. Ze trachten de kinderen te bereiken door een poppenspel. In deze poppenkast spelen ze telkens kleine stukjes waarin telkens een duidelijke boodschap wordt meegegeven.
Bijvoorbeeld: handen wassen na het toilet, geen onrein water drinken, papa moet zijn geld afgeven om een toilet te kopen voor het gezin enz. Het voordeel van deze manier van werken is dat een pop alles kan en mag zeggen. Ze kunnen vrij en vrank praten tegen de kinderen en volwassenen en ze aanvaarden dit veel beter dan wanneer het hen rechtstreeks door een andere mens zou gezegd worden.

Knap gevonden, en na een demonstratie zijn we helemaal overtuigd. Binnen de kortste keren staan er tientallen kinderen en volwassenen rond de poppenkast die allemaal aandachtig volgen wat de poppen allemaal uitspoken. Wij verstaan er natuurlijk geen sikkepit van maar iemand probeert ons zo goed als het kan in het Frans uit te leggen wat er gebeurt. Leuk om te zien en inderdaad héél effectief. Verder worden we door de plaatselijke burgemeester en nog wat onderdanen de ganse quartier meegesleept. Na een tiental minuten hebben we door dat ze ons blijkbaar alle mogelijke toiletten van de buurt willen laten zien.

We stappen door allerlei achtertuintjes, door de mensen hun wasplaats, hun douche e.d. Nooit gezien. Mensen toch… hier heeft nog nooit een blanke één voet gezet. This is not seen before…..We worden er stil van… het is dan ook niet te beschrijven. Om eerlijk te zijn, we durven nauwelijks foto’s te nemen.

Moest er ooit iemand de noodzaak van deze toiletten in twijfel stellen, hij is bij deze uitgenodigd om hier een half uurtje te komen rondlopen.

Om nog eens eerlijk te zijn, we hebben er genoeg van. Trop is teveel en teveel is trop. Ik probeer dan ook zo beleefd mogelijk aan onze begeleiders diets te maken dat we het wel gezien hebben, en dat we de situatie zeer goed begrijpen. We hoeven echt geen 100 achtertuintjes en toiletten te bezoeken. We vluchten weg….terug naar onze Jeep, naar de veiligheid van een propere omgeving. En dan is het hier winter. Wat moet dat in godsnaam in de zomer worden…. Om regelrechte nachtmerries van te krijgen.

Ik weet echt nog niet zo goed of ik nu blij ben dat ik dit allemaal gezien heb. We stappen in de jeep en kunnen niet snel genoeg weg zijn. En wij zijn echt “weg”, maar deze mensen kunnen niet weg. Ze zijn natuurlijk niet veel meer gewoon, en het is hun natuurlijk habitat, maar is dat voor ons een excuus?

Pff…moeilijk hé.

In ieder geval vind ik dit een fantastisch project dat het meer dan waard is om financieel ondersteund te worden.

De manier waarop men dit hier aanpakt, is een voorbeeld van hoe het zou moeten. Met veel aandacht voor de broodnodige educatie en opvoeding van de volwassenen en kinderen. Zeer eenvoudig maar blijkbaar wel doeltreffend. En daar gaat het tenslotte om.

De mensen van St Gabriel willen van de sloppenwijken van Toamasina een voorbeeld maken voor héél Madagaskar. Ze willen ervoor zorgen dat 100% van de gezinnen een toilet hebben.

Hiervoor hebben ze, in samenwerking met PROTOS, de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en Jirama (plaatselijke watermaatschappij) een nieuw project ingediend bij de Europese regering.

Klein probleempje is dat de Europese regering de tijdelijke regering, die gevormd werd na de staatscoup in 2009, niet erkend. Het zal dus niet gemakkelijk worden om hier van Europa geld voor los te krijgen. Dit is nog maar eens een voorbeeld van hoe de kleine man het slachtoffer wordt van politieke spelletjes die boven zijn hoofd gebeuren. In dit geval valt de Europese regering weinig te verwijten want wat hier vorig jaar in Madagaskar gebeurde is ook niet zuiver op de graat en heeft te maken met een strijd tussen twee bevolkingsgroepen en hun vertegenwoordigers. Het komt er uiteindelijk op aan dat de democratisch verkozen president afgezet is door een andere politieker.

Maar als puntje bij paaltje komt heeft daar de inwoner uit de sloppenwijken geen boodschap aan.

In afwachting van een beslissing van de Europese regering over de ondersteuning van dit nieuwe project is het zeker zinvol dat we PROTOS, via CFP - Corporate Funding Programme blijven ondersteunen.

Marc